Eenzaamheid. En meer (blog Dick)

Minister Hugo De Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) lanceerde dinsdag 20 maart jl. het actieprogramma Eén Tegen Eenzaamheid. Het programma schetst een aanpak om eenzaamheid onder (met name) ouderen eerder te signaleren, te doorbreken en tegen te gaan. Meer dan de helft van de 75-plussers in Nederland geeft aan zich in meer of mindere mate eenzaam te voelen. Dat zijn 700.000 mensen. Ook in het Utrechtse, onder de Sociaal Makelaars, heeft men dit begrepen en maakt men zich sterk voor het signaleren, het bespreken en duurzaam aanpakken van eenzaamheid. Met name heeft dit de aandacht van de medewerkers die activiteiten en netwerken voor ouderen in het kader van Samen in de Stad in de wijken ondersteunen.

Dr. Eric Schoenmakers behandelt wetenschappelijk onderzoek rond het thema eenzaamheid. Hij beschreef onlangs de invloed van buurtkenmerken op eenzaamheid. Volgens hem komt in sommige buurten eenzaamheid meer voor dan in andere, wat blijkt uit verschillende GGD-monitoren, waarin per wijk of deelgebied wordt bijgehouden hoe vaak eenzaamheid in de gemeente voorkomt (1).

Hoe verklaart men de verschillen tussen buurten? Oorzaken van eenzaamheid worden vaak toegeschreven aan individuele levensgebeurtenissen, zoals veranderingen in partnerstatus, verlies van dierbaren, verminderde gezondheid of mobiliteit en een lage(r wordende) sociaaleconomische status. Mensen in ‘minder gunstige’ omstandigheden maken daarbij een grotere kans op eenzaamheid (1).

Natuurlijk is het zo dat in sommige buurten nu eenmaal meer individuen wonen die een groter risico lopen op eenzaamheid, maar is dat de hele verklaring? Of zijn er bepaalde kenmerken van een buurt die maken dat de eenzaamheid in verschillende buurten anders ervaren wordt? Uit onderzoek (professor A. Kearns en collega’s, University of Glasgow) blijkt dat eenzaamheid in ‘slechte buurten’ vaker voor te komen: twee op de vijf bewoners zegt ‘wel eens eenzaam’ te zijn, één op de zes bewoners zegt ‘vaak of altijd eenzaam’ te zijn. De resultaten tonen aan dat buurtkenmerken zeker van invloed zijn op eenzaamheid. Wanneer bewoners hun buurt van hogere kwaliteit achten en wanneer zij gebruikmaken van meer faciliteiten in de wijk, zijn ze minder vaak eenzaam. Ook bewoners die meer mensen in de buurt kennen, zijn minder vaak eenzaam. Buurtbewoners die niet of minder sociaal gedrag vertonen, die minder collectiviteit ervaren in de buurt en die zich onveilig voelen wanneer ze ’s nachts alleen over straat moeten, ervaren vaker eenzaamheid. De beleving van de (veiligheid van de) buurt en het ‘kennen’ van de buurt en diens mogelijkheden zijn dus van belang in relatie tot eenzaamheid. Misschien wel verrassend is dat de tijd die iemand al in een bepaalde buurt woont, geen invloed heeft op gevoelens van eenzaamheid. Het is dus niet per se zo dat mensen die al langer in een buurt wonen, daar een groter of rijker netwerk opbouwen en dat dit van invloed is op hun eenzaamheid (1).

Buurt of individu? Nu kun je je nog afvragen of je de hogere eenzaamheidscijfers echt kunt toeschrijven aan de buurtkenmerken, of dat ze meer zeggen over de mensen die er wonen. De ervaring van kwaliteit van de buurt, het al dan niet gebruik maken van faciliteiten, hoeveel mensen je kent etc., het blijven allemaal belevingen van het individu. Omdat het gaat om grotere aantallen bewoners mag geconcludeerd worden dat er toch op buurtniveau iets aan de hand lijkt te zijn. Waarschijnlijk is vooral de interactie tussen beiden, het individu en de buurt, belangrijk (1). Sociaal Makelaars leveren positieve bijdragen aan de interactie – de wisselwerking middels dialoog – tussen mensen, omdat ze in veel buurten bewonersinitiatieven stimuleren en ondersteunen, en bewoners (onderling) en met organisaties in contact brengen. 

Wat signaleren wij binnen Sociaal Makelorganisatie Vooruit over vereenzaming van mensen in de wijken waarin we actief zijn? In Utrecht Oost (rond de 32.000 bewoners) geeft 12% van de ouderen aan ernstig eenzaam te zijn. Ondanks dat er redelijk veel activiteiten worden aangeboden in de wijk wordt er een gemis aan zingeving gesignaleerd. Uit gesprekken met de Wijkraad en Adviescommissie van Vooruit blijkt dat er onvoldoende algemene voorzieningen worden ervaren in Oost (zoals: het ontbreken van een Bibliotheek, een Digi-/Taalhuis, Centrum voor Huiswerkbegeleiding etc.). Verder spelen bereikbaarheid en mobiliteit van mensen een grote rol om naar deze plekken te komen. Utrecht Oost vergrijst (tevens landelijke tendens). In de wijk Hoograven (ruim 27.150 inwoners) voelt 38% van de mensen zich sociaal eenzaam. Dat zijn zo’n 10.300 personen. Sociale eenzaamheid, een gemis aan mensen om je heen, komt vaker voor bij volwassenen en jongeren met een laag opleidingsniveau, mensen die deel uitmaken van éénoudergezinnen, een migratieachtergrond hebben, mensen die 40 jaar of ouder zijn en mensen die alleenstaand zijn. Het buurtteam in Hoograven bevestigt deze problematiek. 12% (ruim 340 personen) van de mensen die 65 jaar of ouder zijn, geeft aan ernstig eenzaam te zijn. Om ervoor te zorgen dat zij prettig oud kunnen worden zijn activiteiten die in de omgeving worden georganiseerd noodzakelijk. Voor een deel vindt dit in het buurthuis (zoals het Hart van Hoograven) plaats. Over het algemeen zijn bewoners best wel tevreden met het wonen en leven in de wijk Lunetten (ruim 11.600 bewoners). Het voorzieningenaanbod is gevarieerd in deze wijk, centraal gelegen en goed bereikbaar. Toch speelt eenzaamheid er een grote rol. Met name onder ouderen en alleenstaanden (ook met kinderen). Dit hangt samen met een beperkt sociaal netwerk en het gemis van betekenisvolle/ waardevolle contacten. Het percentage 55-plussers is in Lunetten met 21,1% hoger dan het stedelijke gemiddelde. In Lunetten dreigt het ontstaan van een tweedeling: ‘rijk & gezond’ (de sterkeren) versus ‘arm & ziek’ (de zwakkeren) (2). 

Wat komen wij in de dagelijkse praktijk tegen? In gesprekken van de Sociaal Makelaars met mensen valt regelmatig het woord eenzaamheid: “Ja, ik ben best wel eens eenzaam. Nu ik zelf op leeftijd ben mis ik vooral mijn vader en moeder. Of mijn zus die enkele jaren geleden overleden is en waar ik een goede band mee had. Dat warme nestgevoel weet je”. “Ik mis mijn partner die overleden is, hij was mijn maatje met wie ik alles kon bespreken en waar ik gewoon van op aan kon. En die me zeker niet zou besodemieteren”. “Ik sta er nu overal alleen voor, iedereen is druk met zichzelf, ik heb niemand die naar mij wil luisteren”. “Je hoort en leest tegenwoordig zulke rare dingen. Ik mis gewoon iemand die ik voor de volle 100% kan vertrouwen en die altijd voor me klaar staat”. “Ik ben alleenstaand. Toen ik voor kanker werd behandeld, miste ik vaak een gelijke, een maatje met wie ik kon praten toen ik weer thuis was”. 

Iedere ochtend, ik ben net twee tellen binnen, gaat de deurbel en staat er een oudere buurtbewoner voor de toegangsdeur van het pand. Hij komt langs voor een kopje koffie en een luisterend oor. De man ervaart overal pijntjes, slaapt slecht, maakt zich druk over zijn gezondheid en de eventuele oorzaken. Zijn vrouw heeft hem enkele jaren geleden verlaten. Hij zegt zich eenzaam te voelen.

In een gesprek met een buurtteam medewerker kwam laatst het voorbeeld voorbij van een oudere dame die met niemand meer contact heeft, geen familie heeft, niet meer in staat is om haar huis uit te gaan en intussen wat geld nodig heeft om de boodschappen te kunnen betalen. Hoe kon ze deze betalen zonder dat de ondersteunende(hulp)diensten of anderen zouden kunnen beschikken over haar persoonlijke betaalpas en pincode? Het zijn zo maar wat voorbeelden van hoe eenzaamheid zich onder de bevolking manifesteert.

Volgens dr. Schoenmakers biedt het onderzoek van professor Kearns aanleiding om na te denken over de aanpak van eenzaamheid door de leefkwaliteit in buurten te verbeteren en op niveau te houden. De resultaten duiden erop dat als we ‘slechte buurten’ aanpakken en opknappen, de eenzaamheid er wel eens zou kunnen afnemen naar een niveau van ‘betere buurten’. Een laag inkomen, of het hebben van geld problemen, maakt de kans op het krijgen van gezondheidsproblemen alsmaar groter. Een kritische kanttekening daarbij is dat er in ‘slechte buurten’ waarschijnlijk ernstigere problemen zijn dan eenzaamheid. Denk bijvoorbeeld aan een gebrek aan veiligheid of aan armoede. En wat te denken van de voortschrijdende digitalisering van de dienstverlening? Niet iedereen is immers digitaal vaardig. Dit zijn geen makkelijke problemen om aan te pakken. Een betaalbaar en relevant (recreatief/ educatief) activiteitenaanbod is noodzakelijk om uitsluiting en vereenzaming van mensen te voorkomen. Aanpak van eenzaamheid in de buurt door het verbeteren van de leefbaarheid heeft, volgens dr. Schoenmakers, wel degelijk zin (1).

Sociaal Makelaars spelen hierbij een belangrijke rol. In nauwe samenwerking met (veel) anderen. Mensen erbij houden, niemand uitsluiten en het zoeken naar verbinding tussen mensen en organisaties, vormen de hoofdtaken van de Sociaal Makelaars die werken in de buurt. Naast het signaleren, bespreken en verhelpen van eenzaamheid onder mensen besteden zij ook aandacht aan andere zaken die de leefkwaliteit voor bewoners in de wijk bepalen. Bovendien hebben zij oog voor sfeer, warmte en vertrouwen, in de omgeving. Misschien wel het allerbelangrijkste tegenwoordig.

Dick Haaksman

 

Bronvermelding 

Op de website van de gemeente Utrecht is de gezondheidsmonitor 2017 te vinden met actuele cijfers, signalen en uitleg over de gezondheid van Utrechters in de wijken. 

(1) Voor deze bijdrage is gebruik gemaakt van tekst uit een blog van dr. E. Schoenmakers (dinsdag 17 april 2018) nieuwsbrief Coalitie Erbij  Waarvoor dank. (2) Wijkanalyses 2018 eigendom Vooruit.

Volgens cijfers van het CBS zijn er in Nederland momenteel 2,8 miljoen inwoners alleenstaand. Naar verwachting stijgt dit in 2025 naar 3 miljoen personen door groei van het aantal middelbare en oudere alleenstaanden. Jan Latten (hoogleraar Sociale Geografie) stelt dat in 2050 de helft (50%) van de Nederlandse huishoudens single is.

Studenten Vrijwilligers(fiets)tour door Utrecht Oost en Zuid

Tijdens deze fietstour door Utrecht Oost en Zuid konden studenten kennis maken met wat er zoal te doen is als vrijwilliger. Hoe kan je jezelf inzetten voor je buurt of wijk? Daar gaat het om. Ze gingen langs bij Stichting Move, FC Utrecht, Theater de Musketon, asr, Koppelsteede, De Saffier, Buurtcentrum Hart van Hoograven en Moestuin de Koningshof. De geslaagde tocht werd afgesloten met een biologisch diner, vaak gemaakt van producten uit eigen moestuin. Op naar de volgende tour! Zie hier een fotorapportage.

Vreedzame kinderraad maakt magazine tegen roken!

De vreedzame kinderraad van dit schooljaar heeft besloten om een tijdschrift tegen roken te maken. Met dit tijdschrift willen de kinderen niet alleen laten zien dat roken ongezond is, maar ook dat zij en vele andere kinderen er vaak last van hebben als volwassenen in hun omgeving roken.

De kinderraad heeft onderling afgesproken wie van hen welke bladzijde van het tijdschrift verzorgt. Zo is er met behulp van een ouder van de Vreedzame Ouderraad een interview gehouden bij “Trekpleister”, die onlangs gestopt is met de verkoop van sigaretten en andere rookwaren.

Daarnaast hebben de kinderen uit groep 7 van de 5 scholen in de wijk; van de Ariënsschool, de Blauwe Aventurijn, de Da Costaschool, De Hoge Raven en de Sint Jan de Doperschool, een bijdrage geleverd aan het tijdschrift tegen roken.

De Vreedzame Ouderraad heeft gezorgd voor een vormgever zodat het een mooi tijdschrift wordt. En een aanvraag uit het Initiatievenfonds van de gemeente Utrecht gedaan voor het drukken van het tijdschrift. Want de kinderen van de Vreedzame Kinderraad willen dat alle huishoudens in Hoograven het tijdschrift in de bus krijgen!

Op woensdagochtend 25 april wordt het eerste exemplaar van het tijdschrift officieel aangeboden aan de heer T. Schippers, raadslid van de SP en woonachtig in Hoograven. Dat gebeurt in het bijzijn van alle 5 groepen 7, de kinderen van de Vreedzame Kinderraad en hun ouders, en de Vreedzame Ouderraad.

Daarmee zit de taak voor de kinderen van de Vreedzame Kinderraad voor dit schooljaar er bijna op. Wij zijn trots op hen, u ook?

Nieuwe raadsleden meer zicht op Utrechts welzijn

Nieuwe raadsleden meer zicht op Utrechts welzijn

Positieve reacties van de net geïnstalleerde gemeenteraadsleden over de bijeenkomst “In gesprek over levendige en leefbare wijken”. Zij gaan graag in op het aanbod van sociaal makelaars om met hen per fiets de wijken te verkennen.

Op uitnodiging van de vijf Utrechtse sociaal makelorganisaties (SMO’s) en TivoliVredenburg maakten nieuwe raadsleden dinsdagochtend 17 april kennis met bewoners en dertig maatschappelijke organisaties. Als in een snelkookpan kregen raads- en partijleden van Groen Links, Partij voor de Dieren, PvdA, Student en Starter, D66 en VVD een blik op het welzijn in de wijken. “De beweging moeten we samen aanslingeren zei één van de genodigden. Het is een wisselwerking tussen gemeente, maatschappelijke organisaties, vrijwilligers en bewoners.”

Vanuit hun verbindende rol hebben de SMO’s Welzaam, Wijk&co, DOENJA, Me’kaar en Vooruit partners uit het brede sociale domein uit de stad uitgenodigd om kennis te delen. Hoe leven Utrechters samen, welke initiatieven ontwikkelen zich in de wijken en hoe redden Utrechtse inwoners het in kwetsbare situaties? Wat zijn speerpunten voor de komende vier jaar volgens Utrechtse sociale organisaties. In meerdere gespreksrondes informeerden zij de net geïnstalleerde raadsleden over thema’s die spelen in de wijken, zoals het maatschappelijk initiatief, meedoen, cultuur verbindt, inclusieve samenleving en diversiteit.

Danielle Arets, die onlangs het lijsttrekkersdebat in Utrecht begeleidde, stelde vragen en lokte reacties uit van de raadsleden en de andere aanwezigen. Tivolivredenburg boodt een muzikaal intermezzo aan van singer songwriter Neco Novellas.

De locatie voor de bijeenkomst is niet toevallig. TivoliVredenburg is een partner, ook in de wijken. Cultuur en welzijn komen samen in een creatief domein. TivoliVredenburg wil haar programmering ook samen met de wijken vormgeven om een zo groot mogelijke relevantie voor de hele stad te hebben. Een open programmering voor en met iedereen.